Neuropsychiatrische symptomen bij niet-aangeboren hersenletsel

terug naar overzicht
 vorige studie           volgende studie
Roy Kohnen
Bianca Buijck

 

Patiënten tot 65 jaar met neuropsychiatrische symptomen bij niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in het verpleeghuis.

Inleiding
Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is een beschadiging van het hersenweefsel als gevolg van een plotseling, extern en fysiek moment, wat niet erfelijk, congenitaal, degeneratief of geboortegerelateerd is. Beschadiging kan focaal of diffuus zijn. De ernst van het letsel kan variëren van een milde hersenschudding tot coma of zelfs dood.

Oorzaken
In de meest gevallen wordt hersenletsel veroorzaakt door een verkeersongeval. Traumatisch hersenletsel is in Nederland de meest voorkomende oorzaak van NAH beneden de leeftijd van 50 jaar. Ongeveer 100.000-160.000 mensen lopen jaarlijks een vorm van hersenletsel op. 

NAH in het verpleeghuis
NAH-patiënten met lichamelijke en/of gedragsmatige beperkingen die intensieve, chronische zorg nodig hebben, worden opgenomen in een verpleeghuis. Een reden voor opname kan een overbelaste thuissituatie zijn als gevolg van ernstige lichamelijke beperkingen en/of neuropsychiatrische symptomen (NPS).

Subcategorieën van NAH in de Nederlandse verpleeghuizen zijn inmiddels onderzocht. Zo zijn er verschillende studies verricht bij patiënten met een CVA. De prevalentie en karakteristieken van het klassieke Locked-in Syndroom en het niet-responsief waaksyndroom (NWS) in Nederlandse verpleeghuizen zijn inmiddels in kaart gebracht. De respons was hoog in deze NAH-studies en een expertisenetwerk voor deze groep patiënt is in oprichting.

In de lange-termijn zorg is echter weinig bekend over de algemene populatie van jonge mensen met NAH die bijgekomen zijn vanuit een bewustzijnsstoornis en hun verdere leven in het verpleeghuis doorbrengen. Er bestaat een kennislacune bij deze doelgroep. We weten o.a. niet waar ze zijn en we weten niet of jongeren gezamenlijk op een afdeling verblijven of dat zij tussen de ouderen zitten.

De prevalentie, karakteristieken en de neuropsychiatrische symptomen bij jonge mensen met NAH in het verpleeghuis zijn op dit moment nog onbekend. Collega Odile Smals heeft inmiddels een pilot verricht waarbij de patiëntkarakteristieken zijn beschreven bij 96 NAH-patiënten op 3 afdelingen in drie verpleeghuizen van twee zorginstellingen in drie plaatsen. 

Uit een eigen inventarisatie met verpleeghuispersoneel werkzaam op een NAH-afdeling bleken agressie en seksueel ontremd gedrag in de context van jonge mensen met NAH de meest problematische vormen van NPS te zijn met de meeste impact. Ook gaf de verzorging aan behoefte te hebben aan scholing. Het is niet bekend hoe vaak dit gedrag voorkomt en hoe het zich uit. 

Doel
Het primaire doel is om tot inzicht te komen in de omvang en kenmerken van deze doelgroep in de lange-termijnzorg in verpleeghuizen. De Nederlandse situatie met een groot aantal verpleeghuizen in een klein land en het specialisme ouderengeneeskunde als een academische opleiding met aantoonbaar goede toegang tot NAH-doelgroepen in het verpleeghuis biedt unieke kansen om een dergelijke studie te verrichten. 

Methode
Het onderzoek betreft een gecombineerd project samen met collega specialist ouderengeneeskunde Odile Smals dat start met een prevalentie-onderzoek met enkele kenmerken bij jonge patiënten (< 65 jaar) met NAH in alle Nederlandse verpleeghuizen (deel 1). Dit wordt gevolgd door deel 2 bij een geconcentreerd aantal patiënten. 

In deel 2 worden de patiëntkarakteristieken van de patiënten, die geïncludeerd zijn voor het onderzoek, digitaal verzameld. De neuropsychiatrische symptomen zullen in kaart worden gebracht m.b.v. de Neuropsychiatric Inventory Verpleeghuisversie (NPI-NH). De NPI-NH is een gestructureerd interview waarmee 12 vormen van NPS (wanen, hallucinaties, agitatie/agressie, depressie/dysforie, angst, euforie/opgetogenheid, apathie/onverschilligheid, ontremd gedrag, prikkelbaarheid/labiliteit, doelloos repetitief gedrag, nachtelijke onrust/slaapstoornis, eetlust/eetgedragverandering) in kaart kunnen worden gebracht.

De Cohen Mansfield Agitation Index (CMAI) wordt gebruikt om 29 vormen van agitatie en agressie in kaart te brengen. De St. Andrews Sexual Behaviour Assessment (SASBA) zal worden gebruikt om seksuele ontremming (verbaal/fysiek) in kaart te brengen. 

Cognitie wordt in kaart gebracht m.b.v. de Mini Mental State Examination (MMSE). Deze bevat 11 vragen omtrent cognitieve functies zoals oriëntatie, concentratie, geheugen en taal.

Fase van onderzoek
Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor dit project in samenwerking met collega specialist ouderengeneeskunde Odile Smals. 

Wie voert het uit?
Het neuropsychiatrische gedeelte van het project wordt uitgevoerd door Roy F. Kohnen, specialist ouderengeneeskunde; Roy.Kohnen@radboudumc.nl / r.kohnen@vivent.nl

Begeleiding
Promotor:            
Prof. Dr. Raymond T.C.M. Koopmans, Hoogleraar Ouderengeneeskunde in het bijzonder de langdurige zorg, Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc

Co-promotoren:
Dr. Jan C.M. Lavrijsen, specialist Ouderengeneeskunde, senioronderzoeker afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc
Dr. Debby L. Gerritsen, psycholoog, senioronderzoeker afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc

Inbedding
Dit onderzoek valt binnen de Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde onder het programma Neurologie, subprogramma NAH. In het onderzoeksprogramma NAH richt de onderzoeksgroep Niemand tussen Wal en Schip zich op het beschrijven van de doelgroepen, probleemgebieden, expertise en randvoorwaarden voor patiënten in de lange-termijn zorg na ernstig hersenletsel.

Financiëring
Vivent, Rosmalen (www.vivent.nl)