Waalbed IV

terug naar overzicht
 vorige studie           volgende studie
Gerrie van Voorden


WAALBED-I
WAALBED-II
WAALBED-III


Flyer

 

 

 

De WAALBED-IV studie: De kenmerken, het beloop en de behandeling van patiënten met dementie en zeer ernstig probleemgedrag die opgenomen zijn op afdelingen die gespecialiseerd zijn in de zorg voor deze patiënten.

Inleiding
De WAALBED-IV studie vindt plaats met patiënten en professionals van afdelingen die zich hebben toegelegd op de behandeling van patiënten met ernstig probleemgedrag. Informatie over voorgaande WAALBED-studies vindt u elders op deze site. De afkorting WAALBED staat voor WAAL Behavior in Dementia.

Doel
Het doel van de WAALBED-IV studie is antwoord te verkrijgen op de volgende vragen:
•    Wat zijn de organisatorische kenmerken van deze gespecialiseerde afdelingen?
•    Hoe moet succesvolle behandeling van probleemgedrag worden gedefinieerd?
•    Wat kenmerkt patiënten die worden opgenomen op deze afdelingen en hoe is het verloop tijdens opname?
•    Wat zijn voorspellers van een succesvolle behandeling?
•    Wat zijn factoren die een succesvolle behandeling bepalen?

Methode
De WAALBED-IV-studie bestaat uit vier delen:

Deel 1
Deel 1 van de WAALBED-IV betreft een kwalitatieve studie naar de organisatorische kenmerken en fysieke omgeving van afdelingen die patiënten met dementie en zeer ernstig probleemgedrag behandelen. Dit onderzoek zal plaatsvinden door middel van vragenlijsten en interviews met zorgprofessionals van deze afdelingen en door middel van een observatie van de fysieke omgeving van de afdelingen.  Dit onderzoek is een beschrijvende studie en dient tevens als voorbereiding van de observationele studie naar patiënten die op deze afdelingen worden opgenomen (deel 3 van de WAALBED-IV studie). In de interviews zal ruime aandacht zijn voor het kenmerkende van het behandelbeleid op betreffende afdeling. De interviews zullen plaatsvinden tijdens de maanden mei en juni van 2018.

Deel 2
Dit deel betreft een concept mapping studie om tot een betere definitie van succesvolle behandeling van ernstig probleemgedrag te komen. Aan deze concept mapping zullen 1-2 professionals van elke deelnemende afdeling meedoen en 3-4 landelijke experts. Concept mapping bestaat uit meerdere fases die deels met de hele groep ‘live’ en deels door de leden van de groep individueel plaatsvindt. Het resultaat is een kaart (map) van verschillende clusters van statements die beschrijven wat relevant is aan succesvolle behandeling. Het resultaat van dit deel wordt zo nodig meegenomen in deel 3 van de studie om bijvoorbeeld nog andere zaken te meten dan nu voorzien. In deel 4 zal gebruik worden gemaakt van het gevormde concept of definitie om af te wegen of behandeling succesvol was.

Deel 3
Dit betreft een observationele studie. Het doel van deze studie is inzicht verkrijgen in de kenmerken, het beloop en de behandeling van patiënten met zeer ernstig probleemgedrag. Nieuw opgenomen patiënten zullen worden gevolgd vanaf opname.  Tijdens opname op de afdeling wordt op vijf momenten de ernst van het probleemgedrag gemeten met de Cohen-Mansfield Agitation Inventory (CMAI) en de Neuropsychiatrische Vragenlijst (NPI-Q). Hierbij nemen we mogelijk nog meer zaken mee of gebruiken we andere meetinstrumenten, afhankelijk van de uitkomst van de concept mapping over succesvolle behandeling in deel 2 van de WAALBED-IV. Daarnaast wordt in deze groep onder andere gekeken naar leeftijd, (psychiatrische) comorbiditeit, het niveau van het cognitief functioneren, psychofarmacagebruik en vrijheidsbeperkende maatregelen. 
Onder het zorgpersoneel van de afdeling zullen werkdruk en organisatiecultuur worden gemeten met verschillende digitaal in te vullen vragenlijsten. 
 
Deel 4
Dit is een kwalitatieve studie die onderzoekt welke aspecten van invloed zijn op een succesvolle behandeling. De dossiers van succesvol behandelde patiënten zullen uitgebreid worden onderzocht. Per patiënt zal een vragenlijst worden ontwikkeld waarmee focusgroepen zullen plaatsvinden met zorgprofessionals en met familieleden om na te gaan wat het succes bepaalde. Hierbij zullen patiënten van verschillende deelnemende afdelingen en met verschillende soorten probleemgedrag (zoals roepgedrag of ernstige agitatie) worden geïncludeerd om zo de validiteit van de uitkomsten te vergroten. Onderdeel van dit onderzoek is ook nagaan of het gevormde concept van succesvolle behandeling in deel 2 nog verder aangescherpt kan worden door deze studie.

Start onderzoek
Maart 2018.

Wie voert het onderzoek uit?
Drs. G. (Gerrie) van Voorden, uitvoerend onderzoeker en arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc (gerrie.vanvoorden@raboudumc.nl)
Prof. dr. R.T.C.M. Koopmans, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc
Dr. D.L. Gerritsen, associate professor, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc (projectleider)
Prof. dr. S.U. Zuidema, afdeling Huisartsgeneeskunde-Ouderengeneeskunde, UMC Groningen
Dr. M. Smalbrugge, senior-onderzoeker en hoofd Gerion, afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, VU medisch centrum
Drs. J.M.A. van den Brink, onderzoeker en hoofd VOSON, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc
Dr. A. Persoon, senior-onderzoeker, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, Radboudumc 

Financiering
Dit onderzoek wordt mogelijk gemaakt door ZonMw HGOG